Jonge vrouw in een vergadering op kantoor die nadenkend luistert

Impostorsyndroom bij je eerste baan: hoe je het herkent en stopt met jezelf onderschatten

Je zit in je derde week op je nieuwe baan. De vergadering is halverwege, je teamleider stelt een vraag en jij weet het antwoord. Echt, je weet het. Maar je zegt niets. Want stel dat je het toch fout hebt. Stel dat ze merken dat je eigenlijk geen idee hebt waar je mee bezig bent. Je laat het moment voorbijgaan, een collega zegt precies wat jij dacht te zeggen, en iedereen knikt. Als dit je bekend voorkomt, ben je niet de enige. Wij van Belle.nl horen dit soort verhalen regelmatig van vrouwen die net zijn begonnen aan hun eerste baan en zichzelf continu de vraag stellen of ze wel goed genoeg zijn. Dat gevoel heeft een naam: het impostorsyndroom.

Drie gezichten van het impostorsyndroom op de werkvloer

Niet iedereen ervaart het op dezelfde manier. Wij van Belle.nl zien bij jonge vrouwen in hun eerste baan steeds drie terugkerende patronen. Lees ze door en kijk welk type jij herkent.

De perfectionist

Jij levert pas iets in als het écht af is. Een e-mail herschrijf je vier keer. Feedback voelt als bewijs dat je het niet goed genoeg doet, ook als die feedback mild en constructief is. Je norm ligt zo hoog dat je bijna nooit tevreden bent met jezelf, terwijl je omgeving allang tevreden is met jou.

De expert-in-wording

Jij vindt dat je nog te weinig weet om echt mee te praten. Voordat je een mening deelt, wil je eerst nóg een cursus hebben gedaan, nóg een artikel hebben gelezen. Ondertussen knikken je collega’s al vol vertrouwen als jij iets zegt. Dat vertrouwen zie jij alleen zelf niet.

De geluksvogel

Jij denkt dat je deze baan eigenlijk een beetje per ongeluk hebt gekregen. Dat de recruiter een goede dag had, dat je toevallig de juiste buzzwords zei in je sollicitatiegesprek. Elk succes schrijf je toe aan geluk of aan anderen, elke misstap neem je persoonlijk op.

Zelfcheck: 5 situaties die verklappen of jij jezelf systematisch onderschat

Loop deze situaties eerlijk langs. Hoe vaker je ‘ja’ denkt, hoe groter de kans dat jouw impostorsyndroom actief is.

  • Je weet het antwoord in een vergadering, maar zwijgt uit angst het fout te hebben.
  • Als iemand je complimenteert, bedenk je direct een reden waarom het eigenlijk meeviel of geluk was.
  • Je bereidt je dubbel zo lang voor als je denkt dat nodig is, uit angst tekortgeschoten te lijken.
  • Je vergelijkt jezelf met collega’s die al jaren meer ervaring hebben en concludeert dat je achterblijft.
  • Bij een fout denk je: ‘Dit bewijst dat ik hier niet thuishoor’ in plaats van: ‘Dit is iets om van te leren’.

Stap 1: Onderbreek de bewijslus

Het meest verleidelijke advies dat je jezelf geeft is: werk harder, lever meer, dan verdwijnt het gevoel vanzelf. Maar dat werkt niet. Hoe meer je presteert om jezelf te bewijzen, hoe groter de lat wordt die je zelf steeds hoger legt. De bewijslus draait maar door.

De eerste stap is letterlijk stoppen met meer doen als reactie op het gevoel. Merk je dat je voor de zesde keer een presentatie controleert omdat je je onzeker voelt? Stop na de derde keer. Stuur de e-mail na twee keer lezen. Dat gevoel van onzekerheid verdwijnt niet door extra bewijs te verzamelen, maar door te oefenen met het doorbreken van de gewoonte.

Stap 2: Bouw een bewijs-archief op

Je brein is slim in het vergeten van successen en het onthouden van mislukkingen. Dat is evolutionair logisch, maar op de werkvloer werkt het tegen je. De oplossing: maak het concreet en schrijf het op.

Open een notitie op je telefoon of een notitieboekje en noteer elke vrijdag drie dingen die goed gingen die week. Geen grote prestaties, ook kleine tellen mee. Een collega die zei dat jouw samenvatting haar hielp. Een taak die je voor het eerst zelfstandig afrondde. Feedback die positief was, zelfs als die mild klonk. Wij van Belle.nl raden aan om dit minimaal zes weken vol te houden. Na een tijdje zie je een patroon dat jouw hoofd je nooit had laten zien.

Stap 3: Herdefineer fouten als data

Een fout maken in je eerste baan voelt als bewijs dat je er niet hoort. Maar dat is niet wat er feitelijk is gebeurd. Wat er is gebeurd, is dat je iets deed dat niet werkte. Dat is informatie, geen vonnis.

Probeer na een misstap drie vragen te stellen: wat ging er precies mis, wat wist ik op dat moment nog niet, en wat doe ik de volgende keer anders? Die drie vragen halen de lading eraf en maken van de fout iets bruikbaars. Blijf niet hangen in ‘hoe kon ik dit nou doen’, want dat geeft je geen enkele nieuwe informatie. Het geeft je alleen een slecht gevoel.

Stap 4: Spreek het hardop uit

Dit voelt als het eng. Maar het is een van de meest effectieve dingen die je kunt doen. Het impostorsyndroom gedijt op stilte en geheimhouding. Zodra je het benoemt, verliest het veel van zijn kracht.

Kies iemand die je een beetje vertrouwt, een directe collega of een mentor, en zeg iets concreets door duidelijke, gerichte vragen te stellen. Niet: ‘Ik voel me zo onzeker over alles.’ Maar: ‘Ik merk dat ik in vergaderingen mijn mond hou terwijl ik het antwoord eigenlijk weet. Ken jij dat?’ De kans is groot dat diegene knikt. De meeste mensen, ook degenen die zelfverzekerd lijken, kennen dit gevoel. En als je dat hoort van iemand die jij bewondert, verandert er iets.

Stap 5: Stel je norm bij

Er is een verschil tussen groeien in je rol en wachten tot je goed genoeg bent. Groeien is actief: je leert, je past toe, je vraagt feedback en je werkt aan concrete dingen. Wachten is passief: je houdt jezelf klein totdat een extern signaal zegt dat je het ‘verdient’ om meer ruimte in te nemen.

Die externe bevestiging komt trouwens nooit op de manier die jij in gedachten hebt. Er is geen moment waarop iemand je schouder aanraakt en zegt: ‘Vanaf nu mag jij jezelf serieus nemen.’ Dat moment geef je jezelf. En dat hoeft niet perfect te zijn. Vraag jezelf af: welke bijdrage kan ik vandaag leveren vanuit wat ik nu al weet? Niet over zes maanden, maar vandaag.

Wat je collega’s waarschijnlijk niet laten zien

Het is makkelijk om de zelfverzekerde collega naast je als norm te zien. Maar wat je ziet is een gefilterde versie. Zij heeft haar twijfels ook, ze laat ze alleen minder zien, of al langer geleden geleerd om ermee om te gaan. Twijfel in een nieuwe werkomgeving is normaal. Bijna iedereen in een eerste baan voelt zich regelmatig te jong, te onervaren of gewoon te nieuw.

Dat wil niet zeggen dat het fijn is of dat je het maar moet accepteren. Maar het betekent wel dat jouw gevoel je geen accurate informatie geeft over je capaciteiten. Je gevoel zegt: ‘Je hoort hier niet.’ De realiteit is: je leert hier nog.

Wanneer het meer is dan impostorsyndroom

Er zijn situaties waarin wat je ervaart verder gaat dan gewone nieuwe-baans-zenuwen. Als de twijfel zo sterk is dat je niet meer kunt functioneren, als je constant angst hebt voor werk, niet slaapt, of merkt dat je stemming er structureel onder lijdt, dan is het goed om extra steun te zoeken. Een huisarts is altijd een goede eerste stap. Veel werkgevers bieden ook een vertrouwenspersoon of een EAP (employee assistance programma) aan waar je anoniem mee kunt praten. Je hoeft dit niet alleen op te lossen, en dat is geen teken van zwakte, dat is gewoon slim.

Het impostorsyndroom bij je eerste baan is vervelend, maar het zegt niets over of je op de juiste plek zit. Meestal zegt het juist iets over hoe serieus je je werk neemt. Het probleem is dat die gedrevenheid zich keert tegen jezelf, in plaats van dat je er iets aan hebt. Begin klein: schrijf deze week drie dingen op die goed gingen. Stop de bewijslus één keer bewust. Praat er met één iemand over. Wij van Belle.nl geloven niet in grote doorbraken in één keer, maar wel in kleine stappen die optellen. En die eerste stap heb je eigenlijk al gezet door dit te lezen.

Mail