Je koopt een jas in de winkel, trekt hem thuis aan en denkt: dit klopt niet. De kleur is prachtig, maar op de een of andere manier maakt hij je gezicht dof of moe. Dat is waarschijnlijk geen kwestie van smaak, maar van kleurtype. Niet elke herfsttint flatteert elke huid. Net als bepaalde knisnijden jouw figuurtype werken bepaalde tinten beter bij je huidtype. Eenmaal weten welke tinten bij jou werken, shop je een stuk gerichter. Wij van Belle.nl leggen uit hoe je jouw kleurtype herkent en welke warme herfstpaletten daarbij horen.
De spiegel en een wit vel papier: jouw kleurproef thuis
Je hebt maar twee dingen nodig: een wit vel A4-papier en een raam met daglicht. Geen filters, geen kunstlicht. Houd het papier naast je gezicht en kijk goed naar je huid. Ziet je huid er gelig, warm of gouden uit naast het wit? Dan heb je waarschijnlijk een warme ondertoon. Lijkt je huid eerder blauwachtig, roze of asgrauw? Dan is je ondertoon koel.
De tweede stap is helderheid. Kijk naar jezelf in de spiegel en stel je voor hoe iemand je huid zou omschrijven: is ze levendig en contrastrijk (denk aan duidelijke wenkbrauwen, opvallende ogen of een heldere teint), of zijn de overgangen tussen oogkleur, huid en haar eerder zacht en ingetogen? Die combinatie van warm of koel, en helder of gedempt, geeft je vier basistypen. Welke je bent, bepaalt welke herfsttinten je huid laten stralen en welke je er moe uit laten zien.
Lentetype in de herfst: warm en helder
Als lentetype heb je een warme, heldere uitstraling. Denk aan goudblonde, rode of lichtbruine haren, een lichte tot medium huid met roze of gouden gloed, en lichte ogen met een zekere levendigheid. Herfst is voor jou een fijn seizoen, zolang je de juiste tinten kiest.
Felle pompoentinten, warm camel, perzik en koraalrood passen goed bij jou. Ze pikken de warmte in jouw huid op en geven je gezicht glans. Wat je beter kunt vermijden: donker bordeaux en kaki. Die tinten doven jouw heldere kleur juist uit. Een bordeaux jas kan jou er vermoeid uit laten zien terwijl je je uitstekend voelt.
Een combinatie die wij van Belle.nl aanraden voor lentetypen: een warm camel trenchcoat over een wit T-shirt, gecombineerd met een koraalrode tas. Eenvoudig, maar meteen raak.
Zomertype in de herfst: koel en gedempt
Zomertypen hebben een koele ondertoon en een zachte, gedempte uitstraling. Haar in asblond of asbruin, een lichte of medium huid met roze ondertoon, en ogen in grijsgroen of lichtblauw. Herfst lijkt op het eerste gezicht een lastig seizoen voor jou, want aardtinten zijn warm van nature. Maar er zijn onverwachte herfstkleuren die jou verrassend goed staan.
Denk aan lavendel-grijs, een gedempte dusty roze-bruin, zachte pruim en blauwgrijs. Die tinten sluiten aan bij jouw koele ondertoon en zorgen ervoor dat je huid er fris uitziet in plaats van grauw. Wat je beter laat hangen: felle roestoranje, helder oker of warme terra cotta. Die kleuren botsen met jouw koele teint en maken je gezicht onbedoeld valer.
Een trui in zachte pruim of een jas in gedempte lavendel? Dat zijn jouw heimelijke herfsthelden. Combineer die met je gewone grijze of witte basics en je hebt een herfstlook die voelt als voor jou gemaakt.
Herfsttype in de herfst: dit is jouw seizoen
Als je een herfsttype bent, heb je het makkelijkst van iedereen. Je hebt een warme, gedempte uitstraling: gouden of koperkleurige haren, een warme huid in ivoorwit tot medium bruin, en ogen in ambergroen, hazelnoot of donkerbruin. Het hele seizoen is als het ware op jouw kleurpalet gebouwd.
Roestoranje, olijfgroen, terra cotta, diep mosterd, tobaccobrun, mosgroen en cognac, het staat je allemaal. Maar omdat je zoveel opties hebt, is het verleidelijk om er te veel tegelijk te dragen en dan verdwijn je juist ín je outfit. Wij van Belle.nl raden herfsttypes aan om één rijke tint als ankerpunt te kiezen en die te combineren met een neutrale basiskleur zoals gebroken wit, beige of een lichte taupe. Dat geeft je look diepte zonder dat het druk wordt.
Concreet voorbeeld: een mosterdgele coltrui met een olijfgroene oversized blazer en een cognac leren tas. Alle drie warm en gedempt, maar toch gedifferentieerd genoeg om interessant te zijn.
Wintertype in de herfst: koel en helder
Wintertypen vallen op door hun contrast: donker haar, een lichte of diepe huid, en opvallende ogen. De ondertoon is koel en de uitstraling is helder en scherp. Herfsttrends lijken soms niet voor jou bedoeld, omdat die seizoenstinten overwegend warm zijn. Maar met de juiste keuzes doe je volop mee.
Bosgroen, diep bordeaux en aubergine zijn jouw herfstwinnaars. Die tinten zijn donker en verzadigd genoeg om je contrast overeind te houden, en ze hebben een koele basis die aansluit bij jouw ondertoon. Wat je links laat liggen: aardtinten zoals terra cotta, camel en roestoranje. Die kleuren wassen jou uit in plaats van je te laten stralen.
Wil je toch meedoen met de terracottahype die elk najaar terugkomt? Gebruik die tint dan als accessoire, niet als basisstuk. Een bordeaux jas met een terra cotta sjaal als accent? Dat kun jij prima dragen zonder dat het je compleet uit je doen brengt.
Shoppen met je kleurtype: drie signalen om op te letten
In de winkel of online is het soms lastig te beoordelen of een herfsttint bij jouw kleurtype past. Dit zijn drie concrete signalen die helpen.
- Houd het kledingstuk omhoog naast je gezicht in daglicht. Lijkt je huid er meteen frisser, gezonder of levendiger door? Goed teken. Wordt je huid valer of worden je wallen zichtbaarder? Leg het terug.
- Let op de ondertoon van de kleur, niet alleen op de naam. Een bruine trui kan warm-koperbruin zijn of koel-asbruin. Die twee staan niet hetzelfde bij dezelfde persoon.
- Vertrouw de foto’s op je telefoon meer dan de winkelspiegels. Winkelverlichting is vaak warm en flatteert bijna iedereen. Maak een foto in de paskamer bij daglicht (of bij het raam) en je ziet meteen het echte effect.
Wat je al in de kast hebt: mix herfsttinten met je bestaande basics
Je hoeft niet je hele garderobe om te gooien om herfst te omarmen. Per kleurtype zijn er slimme manieren om nieuwe tinten toe te voegen aan wat je al hebt.
Ben je een lentetype? Combineer je pompoenkleurige nieuwe trui gewoon met de witte of lichtbeige broeken die je al hebt. Warme camel werkt ook goed bij jeansblauw, dat heb je waarschijnlijk al hangen.
Als zomertype heb je vermoedelijk veel zachte basics in je kast: gebroken wit, lichtgrijs, taupe. Een zachte pruimkleurige blouse of een lavendelgrijze sjaal past daar direct bij, zonder dat je iets nieuws nodig hebt als basisstuk.
Herfsttypen hebben vaak al wat warme tonen in de kast, misschien die olijfgroene broek die je vorig najaar kocht. Voeg daar een nieuwe mosterdkleurige trui bij toe en je hebt al een volledige look.
Wintertypen werken goed met hun donkere basics zoals zwart, marineblauw of donkergrijs. Een bordeaux blouse of een aubergine vest gaat daar naadloos op, zonder dat je het gevoel hebt dat je compleet anders gekleed gaat.
Je kleurtype hoef je niet bij een stylist te laten bepalen. Een wit vel papier, daglicht en een paar kledingstukken in verschillende tinten zijn genoeg om een goed beeld te krijgen. Weet je eenmaal of je warm, koel of neutraal bent, dan weet je ook welke herfsttinten je kunt overslaan en waar je wél naar grijpt. Dat scheelt tijd, geld en teleurstellingen thuis voor de spiegel.
Mail